Apple heeft kwetsbaarheden verholpen in macOS Tahoe 26.6.2 De kwetsbaarheden betreffen meerdere aspecten van geheugenbeheer, inputvalidatie en state management binnen Apple’s besturingssystemen en Safari-browser. Een aantal kwetsbaarheden maakt het mogelijk dat een kwaadwillende door het verwerken van speciaal vervaardigde webcontent of afbeeldingen geheugenbeschadiging veroorzaakt, wat kan leiden tot onverwachte crashes, systeemterminatie of het lekken van gevoelige gebruikersinformatie. Andere kwetsbaarheden betreffen use-after-free-condities en out-of-bounds memory access, die eveneens kunnen resulteren in systeeminstabiliteit of het blootstellen van kernelgeheugen. De problemen zijn aanwezig in de mechanismen die app-toegang tot gebruikersdata controleren, de verwerking van webcontent en de afhandeling van afbeeldingen. Door verbeterde validatie, geheugenbeheer en lockingmechanismen toe te passen, voorkomt Apple dat deze kwetsbaarheden kunnen worden misbruikt om crashes, denial-of-service of ongeautoriseerde informatie-expositie te veroorzaken.
Oracle heeft meerdere kwetsbaarheden verholpen in Oracle PeopleSoft Enterprise PeopleTools, inclusief de modules Integration Broker, Data Mover, Configuration Manager, FIN Common Objects, FIN Lease Administration en CC Common Application Objects, specifiek in versies 8.61 tot en met 8.63 en 9.1 tot en met 9.2. De kwetsbaarheden in Oracle PeopleSoft Enterprise PeopleTools en gerelateerde modules stellen een aanvaller in staat om via netwerktoegang, vaak via HTTP of Oracle Net, zonder authenticatie of met lage privileges, het systeem volledig over te nemen of kritieke data te creëren, wijzigen of verwijderen. Sommige kwetsbaarheden vereisen gebruikersinteractie, andere niet. De impact betreft de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van het systeem en de data. De kwetsbaarheden omvatten onder meer het omzeilen van authenticatie, privilege-escalatie, en het uitvoeren van ongeautoriseerde acties. Specifieke componenten zoals de Integration Broker en Configuration Manager zijn ook getroffen. De CVSS 3.1 basis scores variëren van 4.4 tot 9.8, waarbij meerdere kwetsbaarheden een hoge score hebben die duidt op een significante impact op de beveiliging van de systemen.
Oracle heeft kwetsbaarheden verholpen in Oracle MySQL Cluster en Oracle MySQL Connector/ODBC. Oracle MySQL Cluster versies 8.0.0 tot 8.0.48, 8.4.0 tot 8.4.11 en 9.7.0 tot 9.7.2 bevatten kwetsbaarheden die een niet-geauthenticeerde externe aanvaller via netwerktoegang toestaan denial of service te veroorzaken, ongeautoriseerde datamodificatie uit te voeren of het systeem over te nemen, waarbij sommig misbruik gebruikersinteractie vereisen.
Oracle MySQL Connector/ODBC versie 26.7.0 bevat meerdere kwetsbaarheden die een niet-geauthenticeerde aanvaller met infrastructuurtoegang en soms gebruikersinteractie toestaan denial of service te veroorzaken door crashes, en in sommige gevallen ongeautoriseerde leestoegang tot data verkrijgen, wat de beschikbaarheid en vertrouwelijkheid beïnvloedt.
Oracle heeft kwetsbaarheden verholpen in Oracle Java SE, Oracle GraalVM for JDK en Oracle GraalVM Enterprise Edition. De kwetsbaarheden betreffen meerdere ondersteunde versies van Oracle Java SE, Oracle GraalVM for JDK en Oracle GraalVM Enterprise Edition. Een onbevoegde aanvaller met netwerktoegang kan via verschillende aanvalsvectoren ongeautoriseerde toegang verkrijgen tot bepaalde of alle beschikbare data, waarbij sommige kwetsbaarheden leiden tot volledige compromittering van het systeem inclusief privilege-escalatie en uitvoering van ongeautoriseerde acties. Daarnaast zijn er kwetsbaarheden die een denial of service veroorzaken door het laten crashen of vastlopen van systemen, onder andere via sandboxed Java Web Start-applicaties en applets. Sommige kwetsbaarheden zijn te misbruiken via HTTP of TLS zonder authenticatie. De impact varieert van ongeautoriseerde gegevensonthulling tot verstoring van de beschikbaarheid van de Java runtime-omgevingen.
Oracle heeft meerdere kwetsbaarheden verholpen in Oracle Business Intelligence Enterprise Edition en Oracle BI Publisher. De kwetsbaarheden bevinden zich in verschillende versies van Oracle Business Intelligence Enterprise Edition (versies 8.2.0.0.0, 12.2.1.4.0, en 26.01.0.0.0) en Oracle BI Publisher (versies 8.2.0.0.0, 12.2.1.4.0, en 26.01.0.0.0). Aanvallers met lage privileges en netwerktoegang via HTTP of SOAP kunnen hierdoor ongeautoriseerde toegang verkrijgen tot gevoelige data, authenticatiecontroles omzeilen, privileges escaleren, kritieke data wijzigen of verwijderen, en in sommige gevallen volledige controle over het systeem verkrijgen. Sommige kwetsbaarheden kunnen ook leiden tot gedeeltelijke denial-of-service condities. De kwetsbaarheden zijn aanwezig in componenten zoals de BI Search en de Web Service API van BI Publisher. De CVSS 3.1 basis scores variëren van 7.0 tot 9.9, wat duidt op een impact op vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van de systemen. Sommige aanvallen vereisen gebruikersinteractie of hogere privileges, terwijl andere ook door ongeauthenticeerde aanvallers kunnen worden misbruikt.
Oracle heeft kwetsbaarheden verholpen in diverse Financial Services Enterprise modules. De kwetsbaarheden bevinden zich in Third Party producten, zoals Apache Kafka, Log4j en het Spring Framework, waarvoor eerder door de ontwikkelaars updates zijn uitgebracht. Deze updates zijn nu verwerkt door Oracle in de Financial Services modules die gebruik maken van deze Third Party producten.
Een kwaadwillende kan de kwetsbaarheden misbruiken om toegang te krijgen tot gevoelige gegevens, een Denial-of-Service veroorzaken of om willekeurige code uit te voeren op het kwetsbare systeem.
Oracle heeft meerdere kwetsbaarheden verholpen in diverse Oracle Enterprise Manager componenten. De kwetsbaarheden in Oracle Enterprise Manager Base Platform en Oracle Enterprise Manager voor Systems Infrastructure betreffen meerdere problemen waarbij een aanvaller met lage privileges en soms zonder authenticatie via het netwerk of met logon toegang volledige controle kan verkrijgen over het systeem, data kan creëren, verwijderen of wijzigen, en toegang kan krijgen tot gevoelige informatie. Sommige kwetsbaarheden maken privilege escalatie mogelijk. De getroffen versies zijn 13.5 en 24.1 voor Enterprise Manager producten.
Oracle heeft kwetsbaarheden verholpen in verschillende componenten van Oracle E-Business Suite, waaronder General Ledger, Payments, Workflow, Sales, Purchasing, Call Center Technology, en andere modules binnen de versies 12.2.3 tot en met 12.2.15. De kwetsbaarheden in Oracle E-Business Suite versies 12.2.3 tot 12.2.15 stellen een aanvaller in staat met lage tot hoge privileges en netwerktoegang via HTTP of HTTPS om ongeautoriseerde acties uit te voeren. Deze acties omvatten het creëren, verwijderen, wijzigen of lezen van kritieke data, het verkrijgen van ongeautoriseerde toegang tot gevoelige informatie, en in sommige gevallen het volledig overnemen van het systeem. Sommige kwetsbaarheden vereisen gebruikersinteractie, terwijl andere zonder authenticatie kunnen worden misbruikt. De impact strekt zich uit over vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van systemen en data. Daarnaast zijn er kwetsbaarheden die Denial-of-Service kunnen veroorzaken door het laten vastlopen of crashen van applicatiecomponenten. De kwetsbaarheden zijn aanwezig in diverse modules zoals financiële administratie, betalingsverwerking, workflowbeheer, verkoop, inkoop, klantenservice, en andere bedrijfsprocessen binnen de Oracle E-Business Suite.
Oracle heeft kwetsbaarheden verholpen in verschillende Communications-modules, waaronder Oracle Communications Cloud Native Core Network Exposure Function, Oracle Commerce Guided Search en Oracle Communications Unified Inventory Management De kwetsbaarheden betreffen onder andere stack-based buffer overflows, onjuiste validatie van input, prototype pollution, improper authorization, use-after-free, deserialization filter bypass, en onvoldoende toegangscontrole. Aanvallers kunnen deze kwetsbaarheden misbruiken om onder meer Denial of Service (DoS) te veroorzaken, ongeautoriseerde toegang te verkrijgen, gevoelige data te wijzigen of in te zien, arbitrary code execution uit te voeren, en volledige systeemcompromittering te bereiken. Specifiek kunnen sommige kwetsbaarheden leiden tot privilege escalatie, bypass van authenticatie, en remote code execution zonder authenticatie. De kwetsbaarheden zijn aanwezig in diverse versies van de genoemde producten en modules, waarbij sommige fixes reeds zijn uitgebracht in specifieke versies. Controleer daarom of de specifieke kwetsbaarheden van toepassing zijn op het eigen systeem.
Oracle heeft meerdere kwetsbaarheden verholpen in Oracle Commerce Platform versie 11.4.0 De kwetsbaarheden ongeauthenticeerde aanvallers met netwerktoegang in staat om zonder authenticatie kritieke acties uit te voeren. Dit omvat het verkrijgen van ongeautoriseerde toegang tot gevoelige data, het wijzigen, verwijderen of creëren van kritieke gegevens, en het veroorzaken van denial-of-service (DoS) condities. Sommige kwetsbaarheden vereisen fysieke netwerktoegang of gebruikersinteractie, terwijl andere volledig op afstand en zonder authenticatie kunnen worden misbruikt.
De kwetsbaarheden kunnen leiden tot volledige systeemcompromittering, waarbij vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van de systemen worden aangetast. Daarnaast zijn er kwetsbaarheden die het mogelijk maken voor aanvallers met beperkte privileges of infrastructuurtoegang om hun rechten te escaleren en zo meer controle over het systeem te verkrijgen. De problemen zijn gerelateerd aan onvoldoende toegangscontrole en authenticatie binnen de getroffen componenten van de Oracle Commerce software.
Oracle heeft kwetsbaarheden verholpen in diverse Database producten als de Database Server, Essbase, Autonomous Health Framework en de Application Testing Suite Oracle Database Server (versies 19.3 tot 23.26.3) bevat kritieke kwetsbaarheden in de RDBMS en Portable Clusterware componenten, waaronder mogelijkheden voor ongeauthenticeerde aanvallers met fysieke of netwerktoegang om controle te verkrijgen over clusterware, volledige controle over de RDBMS te verkrijgen, of ongeautoriseerde lees- en schrijfbewerkingen uit te voeren. Sommige kwetsbaarheden vereisen fysieke toegang tot communicatie segmenten, andere kunnen via netwerktoegang worden misbruikt.
Oracle Essbase kent kwetsbaarheden die een aanvaller met netwerktoegang via HTTP in staat stellen volledige systeemcompromittatie te bereiken.
Oracle Autonomous Health Framework bevat meerdere kwetsbaarheden in de Trace File Analyzer en Cluster Health Analyzer componenten, die ongeautoriseerde toegang, datamanipulatie en denial of service mogelijk maken, afhankelijk van privileges en netwerktoegang.
Oracle Application Testing Suite versie 13.3.0.1 bevat diverse kwetsbaarheden die ongeauthenticeerde of laaggeprivilegieerde aanvallers met netwerktoegang via HTTP(S) in staat stellen kritieke data te creëren, wijzigen of verwijderen, privileges te escaleren en volledige systeemcompromis te bereiken.
Deze kwetsbaarheden kunnen leiden tot datalekken, datamanipulatie, denial of service en volledige systeemcompromittatie.
Oracle heeft 262 kwetsbaarheden verholpen in diverse Oracle producten, waaronder Oracle WebLogic Server, Oracle Identity Manager, Oracle WebCenter Portal, Oracle WebCenter Content, Oracle WebCenter Sites, Oracle WebCenter Enterprise Capture, Oracle Reports Developer, Oracle Fusion Middleware Helidon, Oracle Access Manager, Oracle Unified Directory, Oracle Virtual Directory, Oracle Internet Directory, Oracle Web Services Manager, Oracle SOA Suite B2B Engine, Oracle Managed File Transfer, en Oracle Identity Manager Connector. De kwetsbaarheden betreffen verschillende beveiligingsproblemen in Oracle producten, waaronder mogelijkheden voor ongeauthenticeerde en laaggeprivilegieerde aanvallers om via netwerktoegang (HTTP, HTTPS, HTTP/2, LDAP, T3, IIOP, RMI, CORBA, SOAP, SMTP, UDP) ongeautoriseerde acties uit te voeren. Deze acties omvatten het verkrijgen van volledige systeemcontrole, het uitvoeren van arbitrary code, het creëren, wijzigen of verwijderen van kritieke data, het omzeilen van authenticatiecontroles, het verkrijgen van ongeautoriseerde toegang tot gevoelige informatie, en het veroorzaken van Denial-of-Service (DoS) door crashes of resource-uitputting. Sommige kwetsbaarheden vereisen gebruikersinteractie, terwijl andere volledig op afstand en zonder authenticatie kunnen worden misbruikt.
De CVSS 3.1 basis scores variëren van matig tot maximaal (tot 10.0), waarbij meerdere kwetsbaarheden een score van 9.8 of hoger hebben, wat duidt op een hoog potentieel voor impact op vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van de systemen. 182 van deze kwetsbaarheden kunnen zonder voorafgaande authenticatie op afstand worden misbruikt. De kwetsbaarheden zijn specifiek voor bepaalde versies van de genoemde Oracle producten maar kunnen ook invloed hebben op andere Oracle producten die afhankelijk zijn van deze componenten.
Het NCSC adviseert om deze kwetsbaarheden met voorrang te verhelpen.
Mattermost, Inc. heeft kwetsbaarheden verholpen in Mattermost versies 10.11.x, 11.7.x en 11.8.x, inclusief de GitLab plugin tot versie 11.8. De kwetsbaarheden betreffen meerdere aspecten van de Mattermost software, waaronder onjuiste validatie van WebSocket command velden, onjuiste reconciliatie van SchemeAdmin flags, en onvoldoende verificatie van kanaaleigendom bij ABAC policy unassign endpoints. Hierdoor kunnen geauthenticeerde gebruikers onder andere denial-of-service veroorzaken door het laten crashen van plugin processen, administratieve privileges behouden na demotie, en ongeautoriseerde wijzigingen aanbrengen in toegangscontrolebeleid en board-rollen. Verder kunnen guest gebruikers via speciaal vervaardigde boardarchiefbestanden hun privileges escaleren naar Board Admin. OAuth applicaties kunnen tokens en autorisaties van andere integraties intrekken door onvoldoende restricties op deaccountbeheer endpoints. Ook is het mogelijk om voltooide playbook runs te wijzigen door het ontbreken van run-state validatie. Daarnaast kunnen gebruikers zonder voldoende leesrechten boards koppelen aan kanalen, waardoor lidmaatschappen van private kanalen worden blootgesteld. Channel administrators kunnen hun permissies verhogen via manipulatie van de channel member roles API.
De GitLab plugin vertoont een kwetsbaarheid waardoor bots berichten met willekeurige URLs kunnen injecteren in kanalen zonder toegangsrechten. Thread membership records worden niet verwijderd bij vertrek uit een team, wat toegang tot private thread content kan geven bij herintreding. Ten slotte is er een kwetsbaarheid in de server-side validatie van BoardMember.Scheme* velden, waardoor privilege escalatie mogelijk is door het toekennen van board admin rechten aan willekeurige gebruikers, en een permissiecontrole ontbreekt bij het relinken van boards aan kanalen via de batch endpoint.
Citrix heeft kwetsbaarheden verholpen in NetScaler ADC en NetScaler Gateway die verband houden met onvoldoende invoervalidatie, onjuiste toegangscontrole en het onjuist vrijgeven van geheugen. De kwetsbaarheden met de kenmerken CVE-2026-8451 en CVE-2026-10817 ontstaan door onvoldoende invoervalidatie, waarbij de software invoergroottes en -grenzen niet correct controleert. Dit kan leiden tot geheugenoverlezingen, wat kan resulteren in ongeautoriseerde openbaarmaking van gevoelige informatie, wanneer de producten zijn geconfigureerd als SAML IDP, of als TCP TimeStamp is ingeschakeld bij een TCP-profiel dat is gekoppeld aan een virtuele server van het type: Load Balancing (LB), Content Switching (CS) of VPN.
De kwetsbaarheden met de kenmerken CVE-2026-8452 en CVE-2026-8655 bevinden zich in de manier waarop geheugen wordt beheerd in NetScaler ADC en NetScaler Gateway. Dit kan leiden tot een denial-of-service (DoS) of een ongewenste control flow wanneer de producten zijn geconfigureerd als Gateway, DNS-proxy, recursieve DNS-resolver of AAA-virtuele server.
De kwetsbaarheid met het kenmerk CVE-2026-13474 ontstaat door het onjuist vrijgeven van geheugen. Kwaadwillenden kunnen deze kwetsbaarheid misbruiken door via speciaal geprepareerde HTTP/2-verzoeken een denial-of-service (DoS) te veroorzaken.
De kwetsbaarheid met het kenmerk CVE-2026-10816 betreft een probleem met de toegangscontrole binnen de Management Interface. Niet-geauthenticeerde kwaadwillenden op afstand kunnen de kwetsbaarheid misbruiken om willekeurige bestanden uit te lezen. Dit kan resulteren in ongeautoriseerde openbaarmaking van gevoelige informatie.
Onderzoekers hebben Proof-of-Concept (PoC) code gedeeld waarmee de kwetsbaarheid met kenmerk CVE-2026-8451 kan worden aangetoond.
**UPDATE:** Inmiddels hebben dezelfde onderzoekers ook Proof-of-Concept (PoC) code gepubliceerd waarmee uitvoer van willekeurige code mogelijk wordt. Het kwetsbare systeem moet hiervoor wel zijn geconfigureerd om middels SAML ingezet te zijn als Identity Provider. Dit is geen gebruikelijke configuratie, omdat best practices adviseren het Identity Management en Access Management gescheiden te houden.
GeoTools, een veelgebruikte open source Java-bibliotheek voor geospatiale data, heeft updates uitgebracht om ZeroDay SQL-injectie kwetsbaarheid te verhelpen in de uitvoering van OGC Filterfuncties bij gebruik met JDBCDataStore en andere datastores. De genoemde kwetsbaarheid is een oudere kwetsbaarheid, waarvan recentelijk is gebleken dat deze niet adequaat is verholpen. De kwetsbaarheid stelde een kwaadwillende in staat om willekeurige SQL-code uit te voeren in de onderliggende database.
De ZeroDay kwetsbaarheid bevindt zich in meerdere OGC Filterfuncties die SQL-injectie mogelijk maken bij gebruik met verschillende datastore-implementaties zoals PostGIS. Hierdoor kan een aanvaller via deze functies kwaadaardige SQL-code injecteren. De kwetsbaarheden zijn aanwezig in meerdere versies van GeoTools. Als gedeeltelijke mitigatie kunnen encode-functies worden uitgeschakeld en prepared statements worden ingeschakeld om de blootstelling te verminderen.
Indien de onderliggende database draait onder verhoogde rechten, is het mogelijk om via deze kwetsbaarheid willekeurige code uit te voeren op de server, waardoor naast ongeautoriseerde database-manipulatie, ook een system take-over mogelijk kan zijn.
Onderzoekers hebben meldingen ontvangen dat kwaadwillenden de nieuwe ZeroDay onder de aandacht hebben en nemen een verhoging waar in scan- en misbruikverkeer. Op dit moment is van grootschalige ongeautoriseerde toegang of daadwerkelijk misbruik nog geen sprake.
Voor deze nieuwe ZeroDay kwetsbaarheid is (nog) geen CVE-id bekend gesteld.
GitLab Inc. heeft kwetsbaarheden verholpen in GitLab Community Edition (CE) en Enterprise Edition (EE). De kwetsbaarheden bevinden zich in de GraphQL-implementatie van GitLab. Een eerste kwetsbaarheid maakte het mogelijk voor niet-geauthenticeerde gebruikers om via een GraphQL-directive ongeautoriseerde wijzigingen of verwijderingen uit te voeren op publieke projecten en gebruikersdata. Een tweede kwetsbaarheid stelde niet-geauthenticeerde gebruikers in staat om mutaties uit te voeren via GET-requests door onjuiste validatie van GraphQL multiplex queries, waarbij mutatie-operaties niet correct werden beperkt. Hierdoor kunnen onbevoegden ongeautoriseerde wijzigingen aanbrengen in de staat van de server.
SAP heeft een kwetsbaarheid verholpen in de Data Hub Adapter voor SAP Commerce Cloud. Een ongeauthenticeerde kwaadwillende kan de kwetsbaarheid misbruiken voor het uitvoeren van willekeurige code. Hiertoe dient de kwaadwillende malafide netwerkverkeer naar de Data Hub Adapter te versturen.
Beveiligingsbedrijf Defused meldt dat kwaadwillenden actief scannen en op zoek zijn naar kwetsbare Data Hub Adapter-systemen.
IBM heeft kwetsbaarheden verholpen in IBM i operating system versies 7.3, 7.4, 7.5 en 7.6. De kwetsbaarheden betreffen meerdere aspecten van het IBM i - operating system, waaronder onjuist privilege management, onbeheerde zoekpadelementen, out-of-bounds reads en writes, buffer overflows (zowel heap- als stackgebaseerd), SQL-injecties, path traversal, TOCTOU-racecondities met symbolische links, onjuiste validatie van omgevingsvariabelen en profielnamen, en onjuiste neutralisatie van speciale elementen in OS-commando's. Aanvallers met geldige authenticatie kunnen deze kwetsbaarheden misbruiken om privileges te escaleren, willekeurige code uit te voeren, toegang te verkrijgen tot gevoelige gegevens, de systeemintegriteit te compromitteren of een denial-of-service te veroorzaken. De kwetsbaarheden zijn aanwezig in meerdere opeenvolgende versies van IBM i waarvoor meerdere updates zijn uitgebracht. Het advies van het NCSC is dan ook om goed te controleren of de in gebruik zijnde versie onder de kwetsbare versies valt.
Fortinet heeft kwetsbaarheden verholpen in FortiWeb. De eerste kwetsbaarheid betreft een Improper Authentication in meerdere versies van FortiWeb, waardoor een externe, niet-geauthenticeerde aanvaller toegang kan krijgen tot de GUI- en CLI-interfaces door het indienen van willekeurige inloggegevens. Deze kwetsbaarheid treedt ook op bij FortiWeb-systemen die zijn geconfigureerd met Remote Radius Type Admin Authentication onder bepaalde niet-standaard instellingen. Hierdoor kan een aanvaller de authenticatiemechanismen omzeilen zonder geldige credentials, wat mogelijk leidt tot het verkrijgen van administratieve controle over het apparaat. De tweede kwetsbaarheid betreft een onvolledige disallowed input list (CWE-184) in FortiWeb WAF, waardoor niet-geauthenticeerde aanvallers toegang kunnen krijgen door specifieke verzoeken te maken die de bedoelde inputrestricties omzeilen. Dit kan de effectiviteit van de WAF-beveiligingsregels ondermijnen en leiden tot ongeautoriseerde toegang of acties die de WAF juist moet voorkomen.
Fortinet heeft een kwetsbaarheid verholpen in FortiManager en FortiManager Cloud versies 7.2.5 tot en met 7.6.1. De kwetsbaarheid betreft een authenticatiebypass via een alternatieve route of kanaal. Een externe, niet-geauthenticeerde aanvaller die beschikt over een geldig certificaat kan zich voordoen als een FortiGate-apparaat dat wordt beheerd door FortiManager door speciaal opgemaakte FGFM-verzoeken te versturen. De oorzaak ligt in onjuiste toegangscontrolemechanismen binnen de getroffen versies, wat mogelijk ongeautoriseerde toegang tot beheerde apparaten mogelijk maakt.